Alphonse Hasselmans was een Belgische harpist en componist, geboren in Luik in maart 1845 en overleden in Parijs in mei 1912. Hij kwam uit een muzikale familie en begon harp te studeren bij zijn vader Josef H. Hasselmans (1814-1902), violist en directeur van het Conservatorium van Straatsburg. Vervolgens vervolmaakte hij zich bij Gottlieb Krüger (1824–1895), leerling van Parish-Alvars in Stuttgart, en daarna bij Ange-Conrad Prumier (1820-1884) aan het Conservatorium van Parijs.
Zijn carrière als musicus begon in Brussel, waar hij als harpist toetrad tot het orkest van de Koninklijke Muntheus. In 1877 bekleedde hij de functie van soloharpist in verschillende orkesten, waaronder dat van het Conservatorium van Parijs. In 1884 werd hij harpdocent aan het Conservatorium van Parijs, na het overlijden van Ange-Conrad Prumier. Hasselmans gaf daar les tot aan zijn overlijden in 1912. Tot de briljante leerlingen van Hasselmans behoren Marcel Grandjany (1891-1975), Carlos Salzedo (1885-1961), Henriette Renié (1875-1956) en Marcel Tournier (1879-1951). Alphonse Hasselmans was een zeer veeleisende docent. Als musicus werd zijn klank als adembenemend beschreven en het was deze techniek die hij zijn leerlingen trachtte bij te brengen. Lili Laskine (1893-1988), die bij hem haar eerste prijs behaalde, vertelde later in haar leven dat ze deze man bewonderde, maar ook ontzag had voor deze indrukwekkende en koele docent.
Als componist bewerkt hij ook talrijke stukken die oorspronkelijk voor andere instrumenten waren bedoeld, uit het repertoire van Chopin, Mendelssohn en Fauré. In totaal componeerde hij meer dan vijftig stukken voor harp, waaronder in 1892 Aubade, opus 30, een stuk opgedragen aan zijn leerling, de gravin van Lauriston, Chanson de mai, opus 40 in 1897, La Source opus 44 en Guitare, opus 50. Hasselmans herziet ook de 48 etudes van François-Joseph Dizi en publiceert een boek over de harp en de techniek ervan.
Ook de kinderen van Alphonse Hasselmans kozen voor een muzikale carrière. Marguerite Hasselmans (1876–1947) was concertpianiste. Ze stond dicht bij Paul Dukas (1865-1935) en Gabriel Fauré (1845-1924), met wie ze twintig jaar lang een relatie onderhield. Als vriend van Isaac Albéniz (1860-1909) draagt hij zijn derde boek Iberia (1907) aan hem op. De zoon van Alphonse Hasselmans, Louis Hasselmans (1878-1957), is cellist en dirigent. Hij richt de Concerts Hasselmans op en boekt enig succes tijdens optredens in Parijs, met name in de Opéra-Comique. Zijn succes strekt zich ook uit tot het Amerikaanse continent, waar hij dirigeert in de Opéra de Montréal en de Metropolitan in New York.
Artikel geschreven door Victoria De Schrijver
Meer informatie op Wikipedia
